De Tol, Santhorst en melk halen…

Melk

Opa_pomp

Het was mijn beurt om melk te halen, mijn moeder riep me binnen en overhandigde mij de melkkan. We waren met  zijn drieën thuis en ik was altijd aan de beurt. Tenminste in mijn beleving dan want mijn moeder was iemand die altijd alles eerlijk verdeelde, onder mij en mijn twee broers, dus ook deze opdracht. Maar wat had ik een hekel aan dat ritje, ik was een jaar of acht in mijn herinnering en had wel andere dingen te doen dan melk halen aan de Tol, een fietsritje van tien minuten. Heen en weer, het stelde dus niets voor eigenlijk, als achtjarige echter is het een stuk uit je dag. De fiets waarop ik mij trachtte te verplaatsten was er één zonder remmen en trapte alleen vooruit of achteruit, lastig remmen kan ik u verzekeren! Een echte doortrapper die in de periode waarover ik spreek veel gebruikt werd, vooral door kinderen. Het waren de jaren ’60 tot ongeveer ’65. Ook de melkkan kon nog weleens fratsen uithalen als hij aan het stuur hing, bleef nooit hangen zoals ik het wilde, en slingerde soms vervaarlijk heen en weer en dan vooral als hij nog leeg was. Ik ben wat over straat gestuiterd maar heb mijn moeder nooit een goede verklaring hoeven geven wat er dan weer gebeurd was. Mijn kapotte knieën en ellebogen verklaarden alles voor haar. Veel melk heb ik overigens nooit verspeeld, dat speelde ik dan toch maar mooi klaar met die “klote” fiets! Wel een paar keer gehad dat ik terug moest omdat de melkkan helemaal leeg was maar dat waren incidenten die je op de vingers van vier handen kunt uittellen. De rest van de melkhalentochtjes heb ik met een volle kan tot een goed einde gebracht, missie volbracht!

De Tol

OUD_0004Melk halen deden we dus bij de Tol, halverwege Voorschoten en Wassenaar, en deze werd bewoond door tante Marie en ome Jan van Santen, broer en zus van mijn opa. Broer en zus hebben hun hele leven samen gewoond in dit huisje en zijn vlak na elkaar heen gegaan, de precieze volgorde weet ik niet meer. Tante Marie zorgde er altijd voor dat de melkkan gevuld werd met de lekkerste melk van Nederland, dat wel, zo vers als het maar zijn kon. Soms had ik het idee dat de stukjes uier nog in de melk dreven. Ook kregen we dan altijd een koekje, zo eentje met een witte vulling, waarvan ik altijd eerst één kant zonder vulling opat om daarna eindelijk aan de vulling te beginnen, die ging er likkend vanaf. Het laatste gedeelte van het koekje ging dan zonder vulling naar binnen. Al met al een traktatie. De Tol zelf was ook spannend, er was een bedstee, er was een plee die bestond uit een houten bekisting met een rond gat erin waarin het leuk echoën was en buiten was de pomp waaruit heerlijk helder en koud water naar boven gepompt werd. En dat wilden we natuurlijk altijd zelf doen, water bovenin gooien om het niveau een beetje op te krikken en dan maar slingeren aan het ding, een kinderfeestje waardig. Het feest was compleet als er dan, door jezelf natuurlijk, opgepompt water over de plaats vloeide. Nooit zijn die mensen boos geweest, altijd kregen we nog wat mee, een appel of peer uit de eigen boomgaard werd lekker opgepeuzeld onderweg terug naar huis. Misschien daardoor ben ik nog weleens op mijn snufferd gegaan. Een doortrapper, een volle melkkan aan je stuur en een peer aan het oppeuzelen, blijf dan als achtjarige maar eens overeind, ik geef het u te doen.

De boerderij

OUD_0002Aan de overkant van de Tol stonden de koeien, op het landgoed Santhorst, en ook hier heb ik heel wat uurtjes   doorgebracht. Maar hier was mijn vader altijd bij en zeker als we het bos ingingen om een zondag aan de wetering te verpozen. Altijd kwam de boswachter kijken, het was er verboden terrein, maar als hij dan mijn vader zag was het goed. Een praatje, nog wat adviezen om de natuur met rust te laten en hij vertrok weer. Ons gezin had de polder en het bos alleen, dat zie je nu niet meer. De boerderij werd dus door ome Jan en mijn opa Arie gerund maar daar heb ik niet veel van meegekregen of kan me het niet meer herinneren. De jongens op bijgaande OUD_0001foto’s zijn ome Jan “de lange”, mijn vader Jaap “de bolle” en ome Kees “de witte” die uiteindelijk de boerderij verder geëxploiteerd heeft na het overlijden van opa Arie. Lange Jan was de oudste en had geen zin in de boerderij en ook mijn vader, die tweede was in de lijn van opvolging, heeft zijn kans voorbij laten gaan. Dus kreeg de jongste van de drie uiteindelijk de heerschappij over de boerderij. Ik heb mijn vader weleens stilletjes verweten dat hij die kans heeft laten lopen, ik had graag meer met paarden gedaan. Maar goed, het is gelopen zoals het moest lopen, de  herinneringen blijven en koester ik, waarvan acte in dit stukje…

HPIM1103

De Tol in het heden

Zolkel 2008

~ door Zolkel op 20/05/2008.

Reageer